To be: am, is, are
To be is het werkwoord zijn. Je zegt I am, he is en we are. Engelsen gebruiken het ook waar wij hebben zeggen: I am hungry.
Je kunt hier meteen beginnen: je hebt geen voorkennis nodig.
Waarom
Je stapt in Dover van de ferry en iemand vraagt: Are you OK? Wat antwoord je?
Je eerste Engelse zinnen gaan bijna altijd over wie je bent, hoe oud je bent, waar je bent en hoe je je voelt. Daarvoor heb je to be nodig: I am Lotte. I am twelve. I am from Belgium. I am tired.
Ook in een gamechat lees je het de hele tijd: Are you ready? I'm here. We are late. Wie am, is en are goed kent, kan meteen meepraten.
Zie het
Kies een onderwerp en een zinsvorm. Zie welke vorm van to be erbij hoort, met de korte vorm, de ontkenning en de vraag.
Beschrijving van het beeld
Een rij knoppen met de onderwerpen I, you, he, she, it, we en they, en knoppen voor een gewone zin, een ontkenning en een vraag. In het midden staat een zin zoals He is at home, met de korte vorm He's at home. Bij I staat am, bij he, she en it staat is, bij you, we en they staat are.
Snap het
To be heeft in de tegenwoordige tijd drie vormen. Bij I hoort am. Bij he, she en it (en bij één persoon of ding, zoals Tom of the dog) hoort is. Bij you, we en they (en bij meer personen, zoals Tom and Emma) hoort are.
In gesprekken en berichtjes gebruik je bijna altijd de korte vorm: I'm, you're, he's, she's, it's, we're, they're. De apostrof staat op de plek van de letter die wegvalt.
Ontkennen doe je met not na de vorm van to be: I'm not, she isn't, they aren't. Een vraag maak je door de vorm van to be vooraan te zetten: Are you hungry? Je hebt daar geen do voor nodig.
Op een vraag antwoord je vaak kort: Yes, I am. of No, I'm not. In een kort antwoord met yes gebruik je de lange vorm: Yes, I am, nooit Yes, I'm.
Let op: waar wij hebben zeggen, zeggen Engelsen soms to be. Ik ben twaalf is I am twelve. Ik heb honger is I am hungry. Ik heb het koud is I am cold. Hij heeft gelijk is he is right.
I am, he/she/it is, you/we/they are. Ontkennen met not erachter, een vraag met de vorm vooraan. Leeftijd, honger, dorst, koud en gelijk hebben zeg je met to be.
Voorbeelden om te beluisteren
I'm twelve and I'm from Ghent.
Je leeftijd zeg je met to be, zonder years. Je mag ook twelve years old zeggen.
My brother is hungry.
Ik heb honger wordt I am hungry. Eén persoon, dus is.
We aren't late.
Aren't is de korte vorm van are not.
Are they at the station?
Een vraag: de vorm van to be komt vooraan.
Yes, she is.
Een kort antwoord eindigt op de lange vorm: niet Yes, she's.
It's cold in Dover today.
Bij het weer en de tijd begin je met it.
Uitgewerkt voorbeeld
Maak er een vraag van en geef een kort, ontkennend antwoord: Sam and Lily are in London.
Het onderwerp is Sam and Lily: twee personen, dus are.
Zet are vooraan voor een vraag: Are Sam and Lily in London?
In het korte antwoord vervang je de namen door they: No, they aren't.
- Antwoord
Are Sam and Lily in London? No, they aren't.
Doe het
Kies een niveau. Je krijgt telkens een nieuwe opgave, die meteen nagekeken wordt.
Valkuilen
Fout: I have twelve years.
In het Engels heb je je leeftijd niet, je bent ze. Years zonder old klinkt ook vreemd.
Juist: I am twelve. of I am twelve years old.
Fout: I have hunger.
Honger, dorst, het koud of warm hebben en gelijk hebben zeg je met to be en een bijvoeglijk naamwoord.
Juist: I am hungry. I am thirsty. I am cold. You are right.
Fout: Do you are tired?
Bij to be heb je geen do nodig. Je zet de vorm van to be gewoon vooraan.
Juist: Are you tired?
Fout: Yes, I'm.
Aan het einde van een kort antwoord mag je geen korte vorm gebruiken.
Juist: Yes, I am. (Bij no mag het wel: No, I'm not.)
In het echt
- Aan de douane in Dover vraagt iemand Are you on a school trip? Jij antwoordt: Yes, we are. We're from Belgium.
- In een online game typt je teamgenoot are u ready? Je typt terug: Yes, I'm ready.
- In een brief aan je penvriend in Manchester schrijf je: My name is Noor. I'm twelve and I'm in the first year.
Geschiedenis
To be is een heel oud werkwoord. Zijn vormen komen van verschillende oude werkwoorden die in het Oud-Engels, meer dan duizend jaar geleden, samen gebruikt werden. Daarom lijken am, is, are, was en be zo weinig op elkaar. In het Nederlands zie je hetzelfde: ben, is, was en zijn.
Aan tafel
Speel Who am I? Iemand denkt aan een dier. De anderen stellen vragen met Are you...?, zoals Are you big? of Are you brown? Je mag alleen antwoorden met Yes, I am. of No, I'm not.
Iets om samen te doen of over te praten, voor ouders en kinderen. Fouten mogen.