Present continuous: wat nu aan de gang is
Met am, is of are en een werkwoord op -ing zeg je wat er nu gebeurt: I am eating, it's raining. Gewoontes blijven in de present simple.
Waarom
Je vriendin belt terwijl je op de ferry naar Dover zit. Ze vraagt: What are you doing? Hoe vertel je wat je op dit moment doet?
Wat er nu, op dit moment, gebeurt, zeg je met de present continuous: I'm sitting on the deck. We're looking at the white cliffs. It's raining a bit.
Het Engels maakt een duidelijk verschil tussen wat je altijd doet en wat je nu doet. I play football is een gewoonte. I'm playing football betekent: ik ben nu aan het voetballen. In het Nederlands zeg je vaak gewoon ik voetbal voor allebei.
Zie het
Kies een situatie. Op de tijdlijn zie je of het een gewoonte is (stippen op veel dagen) of iets dat nu gebeurt (het moment nu). De zin wisselt mee.
Beschrijving van het beeld
Een tijdlijn met dagen van de week. Bij een gewoonte staan er stippen op veel dagen en staat de zin in de present simple, bijvoorbeeld She plays tennis on Saturdays. Bij iets dat nu gebeurt, licht alleen het moment nu op en staat de zin in de present continuous, bijvoorbeeld She is playing tennis now.
Snap het
De present continuous bouw je met twee stukken: een vorm van to be (am, is, are) en het werkwoord met -ing. I am reading. She is sleeping. They are waiting. Allebei zijn nodig: I reading is fout.
Je gebruikt hem voor wat nu aan de gang is (Look, it's snowing.) en voor iets dat deze dagen tijdelijk zo is (I'm reading a great book this week.). Signaalwoorden zijn now, right now, at the moment, today, this week, look en listen.
De spelling van -ing: meestal plak je het er gewoon achter (read, reading). Een stomme e valt weg: make wordt making. Eén klinker plus één medeklinker aan het einde van een kort woord: de medeklinker verdubbelt (run, running; swim, swimming; sit, sitting). En ie wordt y: lie wordt lying, die wordt dying.
Sommige werkwoorden gaan over wat je denkt, voelt of hebt, niet over een handeling. Die zet je bijna nooit in de -ing-vorm: like, love, hate, want, need, know, understand, believe. Je zegt I want a drink, niet I'm wanting a drink.
Am/is/are + werkwoord + -ing voor wat nu of tijdelijk gebeurt. Gewoontes in de present simple. Werkwoorden als like, want, know en need niet in de -ing-vorm.
Voorbeelden om te beluisteren
Look, the bus is coming.
Look wijst op iets dat nu gebeurt.
We're having lunch at the moment.
At the moment: nu aan de gang. Have lunch is een handeling, dus -ing mag.
She is running to the station.
Kort woord, klinker plus medeklinker: de n verdubbelt.
I usually walk to school, but today I'm taking the bus.
Gewoonte in de present simple, vandaag in de present continuous.
I know the answer.
Know is een denkwerkwoord: geen -ing.
Uitgewerkt voorbeeld
Vul in: Listen, my brother ___ (sing) in the shower. He ___ (sing) every morning.
Listen wijst op iets dat nu gebeurt: present continuous.
Eén persoon, dus is, en sing wordt singing: is singing.
Every morning is een gewoonte: present simple met -s: sings.
- Antwoord
Listen, my brother is singing in the shower. He sings every morning.
Doe het
Kies een niveau. Je krijgt telkens een nieuwe opgave, die meteen nagekeken wordt.
Valkuilen
Fout: I playing a game.
Een -ing-vorm alleen is geen volledige zin. Je hebt am, is of are nodig.
Juist: I am playing a game.
Fout: What do you do now? I eat.
In het Nederlands zeg je ik eet, maar voor iets dat nu bezig is gebruikt het Engels de -ing-vorm.
Juist: What are you doing now? I'm eating.
Fout: I'm liking this song.
Like, love, want, need en know gaan over gevoelens of weten, niet over een handeling. Die staan in de present simple.
Juist: I like this song.
Fout: She is makeing pancakes.
Eindigt het werkwoord op een stomme e, dan valt die weg voor -ing.
Juist: She is making pancakes.
In het echt
- In een berichtje aan je mama tijdens de schoolreis: We're having lunch in Canterbury. It's raining but we're having fun.
- Een voetbalcommentator praat de hele tijd zo: He's running down the wing, he's passing to Kane...
- In een online game: Wait, I'm coming. I'm reloading.
Geschiedenis
Het Engels heeft deze vorm met to be en -ing al heel lang. Maar in oude teksten, zoals bij Shakespeare, lees je ook What do you read? waar wij nu What are you reading? zouden zeggen. De -ing-vorm is pas later zo vaak gebruikt geworden als vandaag.
Aan tafel
Speel What am I doing? Iemand doet zonder woorden iets na: tanden poetsen, fietsen, koken. De anderen raden met een volledige zin: You're brushing your teeth. Wie juist raadt, mag als volgende.
Iets om samen te doen of over te praten, voor ouders en kinderen. Fouten mogen.