Naar de inhoud
Veer, naar de startpagina
Woorden

Voorzetsels: at, on, in

At een klokuur, on een dag, in een maand of een jaar. En voor plaatsen: at een punt, on een oppervlak, in een ruimte.

1e graad12 tot 14 jaarConcept: Nog niet nagelezen door een leerkracht Engels.

Waarom

Je spreekt af met je penvriend in Londen. Zeg je in Saturday, on Saturday of at Saturday? En wacht je in, on of at the station?

Wie een afspraak maakt, heeft twee dingen nodig: wanneer en waar. Juist daar staan de kleinste woordjes van het Engels: at, on en in.

Het Nederlands heeft ook in, op en om, maar ze passen niet één op één. Wij zeggen ‘in het weekend’ en ‘op de bus’, het Engels zegt at the weekend en on the bus. Met een eenvoudig beeld onthoud je het.

Kaft Plus wordt geopend…

Kaft Plus

De rest van „Voorzetsels: at, on, in” zit in Kaft Plus

De leerlijn en de eerste 3 onderwerpen van Veer zijn gratis. Met Kaft Plus open je alle onderwerpen en oefeningen.

Open met Kaft Plus

Al Kaft Plus? Dezelfde knop meldt je aan en brengt je meteen terug.

Fout gezien?

Een paar woorden is genoeg. We kijken het na en passen het aan.

Zoeken

Even laden…

Leesgemak

Kies wat helpt. Je keuze blijft bewaard op dit toestel.

Tekstgrootte

Gebruik je liever de instellingen van je toestel (zoom, schermlezer, donkere modus)? Die werken hier ook gewoon.