Voorzetsels: at, on, in
At een klokuur, on een dag, in een maand of een jaar. En voor plaatsen: at een punt, on een oppervlak, in een ruimte.
Waarom
Je spreekt af met je penvriend in Londen. Zeg je in Saturday, on Saturday of at Saturday? En wacht je in, on of at the station?
Wie een afspraak maakt, heeft twee dingen nodig: wanneer en waar. Juist daar staan de kleinste woordjes van het Engels: at, on en in.
Het Nederlands heeft ook in, op en om, maar ze passen niet één op één. Wij zeggen ‘in het weekend’ en ‘op de bus’, het Engels zegt at the weekend en on the bus. Met een eenvoudig beeld onthoud je het.
Kaft Plus wordt geopend…
Kaft Plus
De rest van „Voorzetsels: at, on, in” zit in Kaft Plus
De leerlijn en de eerste 3 onderwerpen van Veer zijn gratis. Met Kaft Plus open je alle onderwerpen en oefeningen.
Al Kaft Plus? Dezelfde knop meldt je aan en brengt je meteen terug.